Interview Stacha Gerris, vrijwilliger hospice
door Liesbeth Bliek

‘Nog nooit met tegenzin’
De 39-jarige Stacha Gerris uit Gorinchem is sinds maart 2010 vrijwilligster bij het Hospice-vtz Gorinchem & omstreken. “‘Oh, wat knap!’ hoor ik vaak als mensen vragen wat ik doe, maar dat vind ik niet. Als het je ligt, gaat het vanzelf en het lijkt een cliché, maar je krijgt er écht veel voor terug. Iedere dienst maak ik wel iets mee met een gast of familielid waardoor ik met een glimlach naar huis fiets. Dat vind ik mooi. Je ziet moeilijke dingen, maar ik heb nog nooit met tegenzin een dienst gedraaid.”
Voorrecht
Een hospice is een huis voor mensen in de laatste levensfase. Wanneer mensen 24 uur per dag zorg nodig hebben, is er voor de mantelzorger geen tijd voor afscheid en het genieten van de laatste periode samen. Ook gaat het om zo veel zorg dat dit thuis niet meer te doen is: niet alleen de medische zorg, maar ook zorg in de betekenis van aandacht. In het hospice in Gorinchem werken drie vaste krachten en tachtig vrijwilligers, waarvan zestig in en om het huis en twintig in de terminale thuiszorg in het Land van Heusden en Altena en Alblasserwaard Vijfheerenlanden. “Veel mensen denken dat het zwaar is om hier te werken, maar zo ervaar ik dat niet”, vertelt Stacha. “Je maakt wel verdrietige dingen mee, maar je moet het vergelijken met het verzorgen van een zieke thuis: je brengt het ontbijt of avondeten, helpt de verpleegkundige, of maakt de kamer schoon. Je merkt dan snel genoeg of een gast wel of niet behoefte heeft aan een gesprek en dat zijn niet alleen gesprekken over zware onderwerpen. Voor sommige mensen neem je juist dingen van buiten mee naar binnen: zelf maken ze niet veel meer mee, dus horen ze graag alles over je etentje de avond daarvoor, of over je kinderen die al zenuwachtig zijn voor Sinterklaas. Ik zie het als een voorrecht dat ik in de laatste levensfase nog iets voor iemand kan betekenen en dat zit ‘m soms in hele kleine dingen: als een gast heeft kunnen genieten van het ontbijt dat je gebracht hebt, maar ook als je er kan zijn – al is het maar met een kop koffie – voor een familielid dat zich sterk heeft gehouden tijdens het bezoek, maar daarna nog zijn tranen of verhaal kwijt moet. Het zit ‘m niet altijd in de diepzinnige gesprekken, maar veel meer in de kleine dingen waardoor mensen het in die laatste fase zo aangenaam mogelijk hebben. Afgelopen week was een gast heel verdrietig en angstig, voelde zich alleen. Ik heb hem ingestopt, als een kind, en beloofd dat ik bij hem zou blijven tot hij sliep. Als ik dan later in de rapportage lees dat hij een rustige nachtrust heeft gehad, vind ik dat fijn.”
Divers
“Ik had de advertentie voor nieuwe vrijwilligers al vaker gezien, maar sinds vorig jaar pas is het werk goed te combineren met mijn gezin”, vertelt Stacha. “De opleiding voor een nieuwe groep start jaarlijks. Eerst worden er tijdens acht dagdelen verschillende thema’s behandeld, zowel theorie als praktijk. Daarna loop je tijdens je stage met een andere vrijwilliger mee: de een misschien een maand, de ander vier maanden, net waar behoefte aan is. Dan volgt een evaluatiegesprek met een van coördinatrices, waarbij over en weer gekeken wordt of het bevalt, en teken je een samenwerkingsovereenkomst – het werk is tenslotte wel vrijwillig, maar niet vrijblijvend; ze moeten op je kunnen rekenen. Dan begin je; minimaal twee diensten per week. Ik had direct al aangegeven dat de dienst van drie tot zeven voor mij geen optie is – dan is het spits bij mij thuis – maar dat is geen probleem; daar wordt gewoon rekening mee gehouden.” Stacha benadrukt dat je achtergrond of vooropleiding niet belangrijk is bij het werk: “Je moet sympathie voelen voor de doelgroep en de juiste balans kunnen vinden tussen betrokkenheid en distantie. Mij sprak het werk aan door mijn eerdere baan als pedagogisch medewerker in verschillende ziekenhuizen, maar er werken hier bijvoorbeeld ook een secretaresse van een advocatenkantoor en een medewerker in een kledingzaak. Heel divers dus, ook voor wat betreft de leeftijden, en dat maakt het samenwerken zo leuk. Ook voor de gasten is die diversiteit fijn, omdat het met de een nou eenmaal beter klikt dan met de ander.”
Mooie momenten
“Het werk komt goed overeen met het beeld dat ik ervan had, alleen is het veel huiselijk dan ik had gedacht. Net zoals tijdens mijn vorige baan in het ziekenhuis zijn er wel regels, maar lang niet zo veel, waardoor er heel veel kan. Tijdens mijn stage had ik duizend en één vragen over hoe je iets moest doen, maar dan kreeg ik vaak te horen dat je in de praktijk zelf moest kijken wat voor jou het beste werkt. Om dit werk goed te doen, is het belangrijk dat je kunt anticiperen op de wensen van de gasten. En als je het moeilijk vindt een persoonlijk gesprek aan te gaan, wordt het natuurlijk lastig. Mooie momenten deze afgelopen periode? Eigenlijk gaat het om hele kleine dingen: een mevrouw die zichtbaar geniet als je haar haren wast, een dankbare glimlach van een gast en die mevrouw die mij altijd vertelde dat ik ‘wel meteen de coffeepad uit het apparaat moet halen hoor schatje!’ Iedere keer dat ik er nu thuis een in mijn apparaat vind, denk ik aan haar”, lacht Stacha.
(Eerdere interviews onder archief)
