Archief
Gift voor hospice
Het bedrijf GS-Hydro heeft besloten in 2010 geen relatiegeschenken aan te bieden aan relaties omdat diverse bedrijven te kennen hebben gegeven dit niet langer op prijs te stellen. In plaats daarvan schonk GS-Hydro een bedrag van 1000 euro aan het hospice -VTZ. In het hospice zet men zich volledig in om de laatste levensfase van hun gasten zo draaglijk mogelijk te maken. Dit enorm nuttige werk kan alleen blijven plaatsvinden als er voldoende donaties zijn, daarom heeft GS-Hydro gemeend het hospice te moeten steunen als sponsor.
Directie en medewerkers GS-Hydro Benelux B.V.
Actie TCC slaat goed aan
door Gerda van Santen
Trias Champion Cup; You never walk alone……..
In de week van 18 t/m 30 december 2010 vond de Trias Champion Cup plaats in Sporthal De Oosterbliek in Gorinchem-Oost.
Toen er aan mij gevraagd werd of ik hieraan deel wilde nemen had ik in eerste instantie wat twijfel. Ik heb namelijk niet zoveel met voetbal en in dit geval was het ook nog zaalvoetbal. Maar ik moet zeggen: geen spijt van mijn bijdrage aan de voorbereidingen hiervoor en het collecteren tijdens deze dagen voor onze organisatie. Het is natuurlijk fantastisch dat wij de gelegenheid hebben gekregen om onze naamsbekendheid op deze manier te vergroten. Dit kunnen we niet alleen vandaar dat bovenstaande tekst ook voor onze organisatie heel toepasselijk is. Het is in een organisatie altijd van belang dat je met elkaar een doel nastreeft en saamhorigheid is in dit verband een sleutelwoord.
De laatste avond was een echte feestavond, zeker toen ik op een gegeven moment de VIP-ruimte in kwam en daar Lee Towers tegenkwam die zich aan het voorbereiden was op een spetterende act! Met dit optreden kwam de sfeer goed in de zaal en de foto die we aansluitend met hem mochten maken maakte de sfeer helemaal kompleet.
Al met al een mooie ervaring die het hospice zeker goed heeft gedaan. Vanaf 2004 ben ik vrijwilliger bij deze organisatie en hoop hier nog lang een bijdrage aan te kunnen leveren. Je kunt dit niet alleen, je hebt hier een gemotiveerd team voor nodig en een ieder die bij ons werkzaam is zal dit kunnen beamen.
You never walk alone………
Gerda van Santen
vrijwilliger en voorzitter VR

Ria van den Berg - hoofd, Lee Towers en Gerda van Santen
Interviews 2010
door Sophie Krale
Dick Roza, voorzitter hospice

De voorzitter van het hospice, Dick Roza, woonachtig in de binnenstad van Gorinchem, blijkt een zeer gedreven man te zijn. Voorheen directeur van het IJsselland ziekenhuis in Capelle aan de IJssel, daarna onder andere, interim directeur in Rotterdam. Roza heeft genoten van al dat werk, vooral de Rotterdamse mentaliteit beviel hem. Maar toen er een gelegenheid kwam om er op zijn 60e uit te stappen, greep hij dat met beide handen aan, want hij houdt van reizen, vakantie en lekker eten. Een echte Bourgondiër dus. Ook nu heeft hij in menig bestuur de touwtjes in handen. Een geboren manager, die ervan geniet, mensen die in de zorg zitten, bij elkaar te brengen en te begeleiden, Roza wil een stimulerende factor zijn. Hij is ook voorzitter van oud-directeuren van grote landelijke ziekenhuizen. Twaalf man, die instellingen in binnen- en buitenland bezoeken, adviezen geven, het samen vooral gezellig hebben en samen lekker eten. Het bloed kruipt dus waar het niet gaan kan…
Bestuur en vrijwilligers
Sinds 2008 is Roza voorzitter van het hospice. Hij vindt het fantastisch dat het bestuur en de 80 vrijwilligers de laatste jaren dichter naar elkaar toe zijn gegroeid. De jaren daarvoor had bijna iedereen in het hospice zijn eigen rol, men kende elkaar vaak niet eens. ‘We zitten nu op één lijn en dat moet ook. Er is sinds een jaar een vrijwilligersraad, die het beleidsplan bekijkt dat het bestuur heeft opgesteld voor 2010 – 2015, zij mogen daar ook over meepraten. Het hospice is eigenlijk een bedrijf met een zakelijke leiding. Zakelijk, maar daar horen ook feestjes bij voor vrijwilligers, dat is de stimulerende factor om elkaar te leren kennen en betrokken te raken met elkaar. Het is dan ook niet de bedoeling dat tijdens etentjes het bestuur bij elkaar gaat zitten, maar tussen de vrijwilligers aanschuift. Afgelopen jaar bestond het hospice 10 jaar en het VTZ (Vrijwilligers Terminale Zorg) 15 jaar, dat is uitgebreid gevierd met vrijwilligers en bestuur.’
De gasten van het hospice
Maar het gaat natuurlijk in de eerste plaats om de gasten die in het hospice verzorgd worden. Zij zijn ongeneeslijk ziek en hebben meestal nog maar een maand of drie te leven. Ze krijgen de gelegenheid in het hospice om in een ontspannen huiselijke sfeer te sterven, omringd door familie en vrienden. Als het thuis niet meer gaat is het hospice de beste plek voor terminale zorg met alle tijd en aandacht die nodig is. Door fusie met de VTZ, kan er ook thuis aan patiënt en familie ondersteuning gegeven worden. Het werkgebied van het hospice VTZ is de Alblasserwaard & Vijfheerenlanden, plus het Land van Heusden en Altena. Roza: ‘We moeten ons voorbereiden op de toekomst, want hoe gaan wij om met allochtonen? De behoefte naar een hospice met professionele zorg gaat dan zeker toenemen.’
Sponsors
De laatste jaren timmert het hospice behoorlijk aan de weg. Dat moet ook wel, want ieder jaar is er 80.000 euro nodig om het hospice draaiende te houden. Roza: ‘Gelukkig zijn er goede contacten met de Rotary, de Lions en de kerken. Een paar jaar geleden is het hospice helemaal opgeknapt, want alles moet er pico bello uitzien, het moet een gastvrij huis zijn waar gasten zich thuis voelen. Die opknapbeurt heeft 50.000 euro gekost. Er is een nieuwe website en een nieuw logo gekomen. Om dat geld bij elkaar te halen moet je bij het bedrijfsleven zijn, ze weten daar inmiddels wie we zijn en kennen mijn gezicht. Ook het ministerie wordt door ons onder druk gezet.’ Daarnaast staat het hospice ook met een kraam op beurzen. Op de botenbeurs in Gorinchem stond Roza met vrijwilligers op de markt op het Eind om het hospice onder de aandacht te brengen. Het bleek dat mensen vaak met een grote boog om de kraam heenliepen, maar dan ken je Roza nog niet. De mensen werden door hem aangesproken en hij lokte de kinderen met ballonnen en gratis schminken. Verder is er ieder jaar ‘open dag’, in het hospice, dat is nodig, want sommige mensen weten niet eens van het bestaan van het hospice. Op die dag worden er verschillende workshops gegeven om bezoekers kennis te laten nemen van het hospice.
Activiteiten
Al deze activiteiten werpen nu vruchten af. Op dit moment draait het hospice goed. Verrassend is dat het hospice door de Trias Champion Cup van 18 t/m 30 december was uitgenodigd om als goed doel te dienen bij hun toernooi! Alle voetbalclubs uit de regio deden daaraan mee. Trias is de hoofdsponsor. Tijdens het toernooi werd het hospice doorlopend in het zonnetje gezet. Er was een commissie van het hospice samengesteld die de betrokkenheid bij de TCC ondersteunt. Tijdens de manifestaties was het hospice in de hal aanwezig met materiaal over het hospice, maar ook met een bemande stand met uiteraard alle PR-attributen. Ook is het hospice regelmatig aanwezig bij de businessclub, waar uiteraard het 'grote geld' te halen valt, interessant dus! Al met al heel mooie ontwikkelingen voor het hospice dus.
Ik zou bijna tegen de mensen van het hospice willen zeggen: ‘Wees zuinig op deze actieve voorzitter, stuur hem af en toe op vakantie en laat hem vaak en vooral lekker eten. Dan kun je nog lang plezier van deze man hebben.’
Vrijwilliger Corrie Tiel

Corrie Tiel-Korevaar, in 1954 geboren in Gorinchem. Sinds de oprichting van het hospice in 2000 is Corrie er veel bij betrokken. Ze las een oproep in de krant, waar het hospice vrijwilligers vroeg. Het trok haar gelijk. In haar jeugd heeft Corrie veel met de langdurige ziekte van haar moeder te maken gehad en over de dood spreken was geen taboe. Bovendien is ze een actief mens, ze wil graag wat voor anderen betekenen. Het was helemaal niet zo vanzelfsprekend dat ze werd aangenomen bij het hospice. Het begon met een training en daar werden vragen gesteld zoals: ‘Wat verwacht je van het werk in het hospice?’ en ‘Hoe denk je over je eigen dood’? Het ging allemaal heel diep en heftig, sommigen cursisten kwamen zichzelf tegen en haakten af. Corrie vertelt dat ze tijdens de cursus een goed gevoel bleef houden. ‘Dan weet je dat het goed is’, zegt ze. In de cursus leer je ook luisteren, met oefeningen waarbij je tien minuten iets aan iemand moest vertellen, die net deed of ze niet luisterde. Dit om te laten merken hoe het is voor een gast als je als hulpverleenster niet luistert. Er was ook een oefening waarbij je je geblinddoekt moest laten leiden door het hospice. Je bent je dan machteloos. Dat is heel leerzaam, want dan merk wat het is om afhankelijk te zijn. Er was ook een vraag: ‘Wat denk je te kunnen doen voor de gast?’ Het is namelijk heel belangrijk wat de gast wil. Je kunt wel veel voor iemand willen betekenen, maar die wil soms met rust gelaten worden. Dan is niets doen wel erg moeilijk. Aan het eind van de cursus kwam er iemand van het hospice bij je thuis om met je te praten en te vragen of je nog steeds vrijwilliger wil worden. ’s Avonds kreeg Corrie telefonisch te horen dat ze was aangenomen.
Voor de vrijwilligers in het hospice is er jaarlijks een basistraining theorie en praktijk tijdens een aantal dagdelen. Er wordt getraind in de meest voorkomende dingen. Ook zijn er jaarlijks landelijke trainingen van 1 à 2 dagen. Je wordt getraind in communicatie en zingeving. Zoals: ‘Wat zijn je eigen grenzen en wat is je valkuil? Hoe ga je met een gast om?’ Bijvoorbeeld, sommige gasten kunnen niet tegen het woordje ‘moeten’ en worden daar boos over. Ze hebben namelijk in hun leven zoveel ‘gemoeten,’ dat willen ze niet meer horen.
Toen Corrie net was aangenomen als vrijwilliger, waren er nog geen gasten in het hospice, het huis moest nog ingericht worden. Ze verteld dat het daarom steeds meer ‘ons’ huis werd. Wat Corrie geraakt heeft, is dat een gast zo blij was toen hij in zijn kamer in het hospice zijn eigen spulletjes om zich heen had. Steeds zei hij: ‘Wat is het hier mooi, dit had ik veel eerder moeten doen.’ Thuis was hij namelijk alleen geweest met veel machteloos getob, nu vond hij rust in zijn nieuwe thuis.
Er is een stichting ‘Doe een wens’, daar kan de gast zijn laatste wens doen. Sommigen willen graag nog een weekendje met de kinderen weg. Maar er was ook een gast die een tattoo wilde van zijn kleinzoon. Als het enigszins kan wordt aan alle wensen voldaan.
Zo vertelt Corrie enthousiast over haar gasten, ze vindt het heel bijzonder werk, want achter iedere deur vind je steeds iets anders. ‘Je krijgt er zoveel voor terug, nu zijn er twee gasten, maar het is fijn als het huis vol is en er vijf gasten zijn. Want ‘druk zijn’ is het mooiste. Je kookt voor de gasten en doet ook alle voorkomende huishoudelijke taken zoals strijken en kamers glad maken en de badkamer schoonmaken.’ Naast het werk in het hospice past Corrie twee dagen op haar kleinkinderen, ze zwemt, sport en doet aan volksdansen. Het is wel duidelijke dat Corrie een levensgenieter is.
Addie Snoek, vrijwilliger Hospice-VTZ Gorinchem

Addie Snoek is één van de twintig Vrijwilligers Thuiszorg Hospice-Gorinchem. Zij is geboren in Geertruidenberg en begon als doktersassistente in Rotterdam. Door het werk van haar echtgenoot verhuisden ze naar Sleeuwijk. Door ernstige ziekte van haar vader was ze samen met haar moeder en andere familieleden mantelzorger. Toen na jarenlange verzorging haar vader was overleden las ze over het werk van het VTZ. Vooral de terminale zorg trok haar. Vanaf het begin, vijftien jaar geleden, is Addie bij het VTZ betrokken, dat vijf jaar later fuseerde met het toen net geopende hospice. Ze gingen verder onder de naam Hospice-VTZ Gorinchem & Omstreken. Een VTZ er is er in eerste instantie voor de patiënt en om de taak van de mantelzorger te verlichten. Addie: ‘Je geeft hulp waar dat nodig is. We zitten naast het bed van de patiënt en doen leuke dingen met de mensen, maar dat kan ook een wandeling zijn met de patiënt, een boodschap doen of samen ergens koffiedrinken als dat mogelijk is. Je weet dat de patiënt dood gaat, maar na het overlijden er is toch geen frustratie omdat je ook leuke dingen met elkaar hebt gedaan.’
Er zijn twintig vrijwilligers in de thuiszorg werkzaam. De leiding van de Hospice-VTZ bestaat uit professionals; het hoofd, de coördinator zorg, en de secretaresse. Zij geven leiding aan zowel de vrijwilligers in het Hospice als de vrijwilligers in de thuiszorg. De vrijwilligers in de thuiszorg hebben hun werkgebied in de Alblasserwaard, de Vijfheerenlanden en het Land van Heusden en Altena. Daar komen de meeste vrijwilligers dan ook vandaan. Addie: ‘We worden in dit gebied ingezet en soms kost dit veel reistijd. Over het algemeen is het zo dat we ongeveer vijftien weken werken bij een patiënt. Een enkele keer willen ze toch nog naar het hospice. Het bijzondere is dat een patiënt vrijwel nooit wil praten over de dood. Maar áls ze willen praten staan we er altijd open voor. Het hospice VTZ heeft een neutrale grondslag en is er nadrukkelijk voor alle gezindte.’
De coördinator regelt de aanvragen voor de thuiszorg en doet de intake gesprekken met de families. Meestal is het de mantelzorger of huisarts die aangeeft hoeveel hulp er nodig is. Soms heeft een patiënt geen familie, dan heeft de vrijwilliger een sleutel van het huis om binnen te komen. Als je als VTZ er eenmaal werkt bij een terminale patiënt dan blijf je er ook. Het is belangrijk voor de patiënt dat ze steeds hetzelfde gezicht zien, want ze zien zoveel mensen binnenkomen. Addie werkt per week één dagdeel van vier, maximaal vijf uur, altijd op dezelfde dag en uur. Soms komt er een aanvraag in de nacht, dan gelden ook die regels om steeds op datzelfde tijdstip te komen. In overleg is er voor een enkele keer wel iets te regelen in overleg met de mantelzorger voor een ander tijdstip. Er is een goede samenwerking met de thuiszorg aanbieders, omdat we in verschillende gebieden werken is het niet altijd Rivas. De aanvragen lopen dan ook via thuiszorgaanbieders en de huisartsen.
De vrijwilligers worden jaarlijks bijgeschoold tijdens een landelijke cursus. Ook is er een mogelijkheid in het hospice om bijgeschoold te worden in handelingen die aan het bed verricht moeten worden, zoals o.a. til-technieken daar zijn regelmatig cursussen voor, we doen ook aan intervisie en hebben functioneringsgesprekken met de coördinator. Eens in de zes weken is er een ‘cake-overleg’, een overleg waar belangrijke informatie gegeven wordt. Het eerste half uur is apart voor vrijwilligers van het VTZ en vrijwilligers van het hospice, daarna gaan ze gezamenlijk verder met een lerend onderwerp, zoals bijvoorbeeld, sedatie, euthanasie, zorgpad stervensfase, ‘Stichting Ambulance Wens’, zij vervullen de laatste wens van een patiënt, bijvoorbeeld om hun geliefde nog eenmaal te bezoeken.
Naar een begrafenis van een patiënt gaan de vrijwilligers vaak gaan we samen, dat is goed als afsluiting van een intensieve periode van verzorging. De familie waardeert dat altijd heel erg. Eens per jaar is er een gedachtenis middag voor de familie van de overledenen in het Koepelkerkje te Arkel. Iedereen neemt een bloem mee. Daar wordt een groot boeket van gemaakt. De vrijwilligers gaan daar ook heen, praten met de nabestaanden en verzorgen de koffie en thee. De gedenkdienst wordt geleid door vrijwilligers. Als je Addie hoort praten over haar werk proef je duidelijk dat ze het met hart en ziel doet.
Interview met Inez Van der Vorst, secretaresse bij het hospice sinds 2006

Inez is geboren in Enschede, maar is geen echter ‘Achterhoeker’, want in haar jeugd verhuisde het gezin regelmatig omdat vader bij de PTT werkte en door zijn promoties moest verhuizen. Voor Inez was verhuizen niet echt leuk omdat je steeds je vriendinnen moet achterlaten.
De Christelijke lagere school bezocht Inez in IJlst te Friesland, een echt viermans dorpsschooltje, waar ze iedere maandag een psalm versje moest opzeggen, maar ook Fries leerde en waar meisjes standaard naar de Huishoudschool gingen. De school had zijn eigen CITO toets. Met de landelijke toets deed de school niet mee. De vader van Inez zag het niet zitten dat zijn dochter naar de Huishoudschool ging, hij wilde dat zijn dochter naar de Mavo ging. Hoewel de hoofdonderwijzer er niet achter stond, gaf hij Inez toch bijles zodat ze naar de Mavo kon. Inmiddels verhuisden ze naar Zutphen, daar ging Inez naar de Mavo die ze met goed gevolg doorliep. Inez wilde onderwijzeres worden, maar de decaan van de Mavo raadde dat af, “in het onderwijs kun je geen droog brood verdienen, een administratieve baan is veel beter”, zei hij. Daarom werd het de Meao in Arnhem. Na het behalen van het diploma werkte Inez op verschillende de administraties van zorginstellingen: In Arnhem bij de Johanna Stichting, de Kruisvereniging te Arnhem, het Beatrix ziekenhuis in Gorinchem, daarna bij het Rivas. Toen in 2000 het plan werd opgezet om een hospice in Gorinchem te starten, vroeg Marjan Evers, het voormalige hoofd van het hospice, die Inez kende, het plan uit te typen.
In 2006 werd Inez attent gemaakt dat er een secretaresse voor het hospice gezocht werd. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Aanvankelijk was het een baan voor elke ochtend, maar dat was voor Inez met haar jonge kinderen niet mogelijk en het werd 18 uur verdeeld over maandag, dinsdag en donderdag.
Het secretaressewerk in het hospice blijkt een drukke baan. Want als Inez opnoemt wat ze allemaal doet, vraag je je af hoe ze dat voor elkaar krijgt. Ze verzorgt de PR met de vergaderingen, de jaarlijkse vergaderingen voor het ‘cakeoverleg’ met vrijwilligers van het hospice en de VTZ, het adressenbestand, de administratie van de gasten, de overzichten, takenlijsten, maaltijdroosters, roosters voor vrijwilligers en kleine boodschappenlijsten. Daarnaast ondersteunt Inez op financieel en administratief gebied Ria en Matje. Voorheen werd er veel handmatig gedaan, maar nu gaat alles bijna digitaal. Het plan is om in het najaar ook het rooster voor vrijwilligers digitaal beschikbaar te stellen, waar met een wachtwoord op de website ingelogd kan worden, zodat iedere vrijwilliger zijn dagdelen kan invullen waarop zij/hij beschikbaar is. Voor de vrijwilliger die geen computer heeft blijft er natuurlijk een papieren rooster beschikbaar. Eigenlijk zou Inez weleens een hele week willen werken om alle achterstand weg te werken, maar dat lukt voorlopig nog niet met de kinderen. Omdat het hospice zijn vrijwilligers koestert wordt er een jaarlijkse uitje en een kerstdiner georganiseerd. Dat is altijd heel gezellig en daar kijkt iedereen naar uit.
Het werk in het hospice bevalt Inez uitstekend. “Als je hier binnenkomt voel je gelijk de rust en goede sfeer, ondanks de bedrijvigheid. Het is bijzonder en boeiend om hier te werken samen met de vrijwilligers. Er is openheid en saamhorigheid naar elkaar, zij zien het werk echt als een roeping.” Met de gasten heeft Inez niet veel persoonlijk contact. Maar door het overlijden van haar vader is afscheid nemen wel wat dichterbij gekomen en heeft Inez meer begrip gekregen voor de gasten.
Sophie Krale
Sylvia Strauss, vrijwilligster in het hospice

Sylvia is in 1946 geboren in Indonesië. In 1950 is ze met haar ouders naar Nederland gekomen. Ze woont nu in Hardinxveld-Giessendam en is getrouwd met Theo van der Meis. Vanaf de start van het hospice in 2000 in Gorinchem is ze werkzaam als vrijwilliger.
De drijfveer om in een hospice te gaan werken is ontstaan door de ziekte van haar vader. Sylvia heeft haar vader namelijk de laatste twee jaar van zijn leven begeleid en verzorgd. Hij wilde toen geen medicijnen meer gebruiken en vertrouwde helemaal op zijn dochter die aan alternatieve genezing deed. Haar vader heeft toen nog anderhalf jaar geleefd. Vrij snel daarna werd haar moeder ziek en kwam in het ziekenhuis terecht. De slechte behandeling in het ziekenhuis heeft Sylvia doen besluiten ook haar moeder te gaan begeleiden. Twee jaar later is haar moeder overleden op de sterfdag van haar vader.
Toen kwam voor Sylvia het punt om iets te willen betekenen voor andere zieke mensen en nabestaanden. Bijzonder was het dat ze in juli 1999 een advertentie onder ogen kreeg van het hospice waar ze om vrijwilligers vroegen. Haar echtgenoot Theo heeft Sylvia gestimuleerd om te gaan solliciteren en had al eens een ‘Open dag’ bezocht. Ze heeft gereageerd op de advertentie, werd aangenomen en heeft de basisopleiding gedaan. Tijdens de cursus kwamen bij haarzelf veel emoties los.
Sylvia had daarvoor ook een vierjarige cursus VSG gedaan, de Vereniging Spirituele Genezers, waarin onder andere ook de vakken communicatie, psychologie en stervensbegeleiding zaten. Dat heeft haar veel geholpen om het werk in het hospice te kunnen doen. De eerste vijf jaar werkte Sylvia soms diensten van 50 uur per maand, maar dat bleek veel teveel. De laatste jaren draaide Sylvia daarom alleen avonddiensten.
Als er in het hospice een nieuwe gast kwam, hield Sylvia eerst wat afstand en was er een non-verbale communicatie. ‘Want de gast moet eerst kunnen wennen aan je. Het belangrijkste is een luisterend oor. Er zijn bewoners die je nooit kunt vergeten, bijvoorbeeld de vrouw die uit Indonesië kwam, dat geeft natuurlijk een band als je daar ook geboren bent. Deze vrouw was al ernstig ziek en ik kreeg de ingeving om een Maleis liedje te neuriën, de vrouw werd rustig en is een kwartier later overleden. Er was ook eens een Indonesische meneer, die begroette ik altijd in het Maleis. Ik kookte thuis eens een pan bami en nam dat voor hem en zijn familie mee. Dat was een mooie tijd. Gasten praten graag over wat ze meegemaakt hebben in hun leven. Op het laatst komt dat vaak naar boven en ze willen dat kwijt. Sommige gasten zingen graag psalmen en gezangen, dan krijg je heel andere gesprekken. Je leert dat het leven heel betrekkelijk is. Het werken in het hospice was heel verrijkend, ik heb genoten van ieder moment. Mijn man Theo heeft mij ook altijd gesteund. Het is een bijzonder leerzame tijd geweest, ik heb veel inzet en liefde kunnen geven.’
Als ze terugdenkt was ze eigenlijk als jong meisje al bezig met het zorgen voor oude mensen door boodschappen voor ze te doen. Sylvia was enig kind en haar ouders hadden moeite om gevoelens te tonen, dat maakte dat Sylvia zich eenzaam voelde. Het gaf haar voldoening iets te kunnen doen voor oude mensen, dat gaf een goed gevoel, dat had ze nodig.
Nu Sylvia 65 is geworden vindt ze het tijd om te stoppen in het hospice, ze voelde zich er eerst wel een beetje schuldig over, maar dat is nu over. Het werk is mooi afgesloten en ze heeft veel leuke mailtjes van collega’s gehad. Een officieel afscheid wilde ze niet, maar wel een interview op de website als een soort afscheid. Bij deze wil ze dan ook iedereen in het hospice bedanken voor de prettige samenwerking. Wie nu denkt dat Sylvia lekker gaat uitrusten heeft het mis, ze blijft zorgen, maar dan op een andere manier. Ze heeft namelijk gesolliciteerd als gastvrouw in het zorghotel van het Rivas in Dordrecht voor twee dagen per week.
Daarnaast is ze sinds september 2009 ook nog ambtenaar van de burgerlijke stand in Hardinxveld-Giessendam. In deze hoedanigheid mag ze een huwelijk voltrekken of een geregistreerd partnerschap sluiten. Zelf ziet ze het huwelijk als een prachtige verbintenis tussen twee mensen die hun Jawoord aan elkaar gaan geven en alle stormen in hun huwelijk zullen doorstaan. Als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand wil ze graag een bijdrage leveren om deze aanstaande bruidsparen een onvergetelijke dag te bezorgen.
Sylvia is moeder van twee zonen en de trotse oma van vijf kleinkinderen. Samen met haar echtgenoot past ze al vijf jaar één dag per week op de kleinkinderen. Ook heeft ze nog hobby’s zoals muziek, dans, vakantie en kokkerellen. Eigenlijk doet ze alles met veel plezier. Dat is het geheim dat ze zich jong blijft voelen.
Sophie Krale
